Gesprek uit het veld
'Straks maak je software voor jezelf, niet omdat het groot moet worden, maar omdat het kan'
AI maakt het mogelijk om kleine, persoonlijke en organisatorische software te bouwen die vroeger nooit economisch haalbaar was. Maar volgens Jeroen Verkroost verschuift de echte grens daardoor naar iets anders: begrijpen hoe data, architectuur en menselijke behoefte samenkomen.
Jeroen Verkroost · Smaak

Dit interview is onderdeel van lopend onderzoek en kan nog veranderen. Lees meer over de werkwijze →
Jeroen Verkroost is al meer dan dertig jaar bezig met internet, digitale technologie en innovatie. Hij werkte op het snijvlak van commercie, techniek en digitale business, onder meer bij Holland Casino, en ging daarna aan de slag bij cloudhostingprovider Leaseweb.
Muziek loopt als rode draad door zijn leven. Hij gaat veel naar concerten, maakte tientallen muziekpodcasts en kijkt naar technologie zoals veel muziekliefhebbers naar nieuwe bands kijken: wat is dit, wat kan ermee, waar zit de grens?
Hij noemt zichzelf geen programmeur. Maar dat is precies wat dit gesprek interessant maakt. Net als veel mensen die al lang met internet en digitale cultuur bezig zijn, begrijpt hij wel de logica van systemen. Hij weet hoe een database ongeveer werkt. Hij weet wat een koppeling doet. Hij weet wanneer een app niet klopt.
En door AI kan hij ineens dingen maken die hij vroeger niet had kunnen bouwen.
Voor Wat Blijft sprak ik met hem over eigen software, digitale soevereiniteit, kleine apps voor kleine groepen, de grenzen van vibe coding, AI in bedrijven en waarom mensen uiteindelijk beter blijven in zorgen voor mensen.
Wie ben je en wat doe je?
“Ik ben Jeroen Verkroost. Ik ben eind vijftig en al meer dan dertig jaar bezig met internet en digitale dingen.
Ik houd ongelooflijk van muziek, ga veel naar concerten en heb meer dan zestig muziekpodcasts gemaakt. In mijn werk heb ik eigenlijk van alles gedaan, van commerciële tot technische rollen. Innovatie is altijd de rode draad geweest.
Dat is ook wat ons verbindt. Als er iets nieuws ontstaat, willen we allebei weten: wat kun je hiermee? Waar zit de grens? Hoe pas je het toe? Hoe maak je het nuttig?
Ik denk dat wij allebei geen programmeurs zijn, maar wel heel geïnteresseerd zijn in wat techniek doet. We willen het zelf begrijpen. Ik hoef het niet te kunnen zoals echte vakmensen, maar ik wil wel begrijpen hoe het principe werkt.”
Is AI voor jou nu het grote onderwerp?
“Ja. Bij internet had ik ooit zo’n moment dat ik twee weken helemaal in de war was. Ik dacht: wat gaat dit in vredesnaam betekenen?
Dat gevoel kreeg ik opnieuw toen AI praktisch bruikbaar werd via chatomgevingen.
Ik werkte toen bij Holland Casino, als eindverantwoordelijke voor de digitale business. Toen AI ineens bruikbaar werd, ben ik er heel erg mee aan de slag gegaan.
Wat ik het spannendste vind aan deze hele AI-golf, is niet alleen dat je teksten of beelden kunt maken. Het spannendste is dat software straks niet meer alleen komt van grote reuzen die bepalen wat wij maar moeten gebruiken. Je kunt steeds vaker je eigen software maken.
En het liefst ook nog op infrastructuur die niet van Amerikaanse techreuzen is.”
Wat was je eerste ingang? Waardoor werd je gegrepen?
“Mijn eerste toepassingen waren creatief.
Ik ben geïnteresseerd in spellen en roleplaying games. Dus ik vroeg me af: kan ik hier een narratief mee uitwerken? Kan ik hier een spel mee maken? Als ik allerlei basisgegevens invoer, krijg ik dan iets terug wat ik zelf niet had verzonnen, maar wat wel op die gegevens gebaseerd is?
Daarna ben ik met praktische dingen aan de slag gegaan. Bijvoorbeeld een app voor klaverjastoernooitjes. Daar is natuurlijk geen grote markt voor. Het is een hartstikke Hollands ding. Geen Amerikaans bedrijf gaat daarin investeren.
Maar ik kan zo’n app nu wel zelf maken. Een app die de score bijhoudt. Misschien zelfs een foto maakt van de slagen en dan vertelt hoeveel punten het zijn.
Dat soort dingen zijn interessant. Niet omdat ze groot worden, maar omdat je iets kunt maken waar jij of een kleine groep echt iets aan heeft.”
Dat herken ik. Ik maak ook vaak dingen voor één, drie of vijf mensen.
“Precies. En dat is nieuw.
Een van de eerste apps die ik maakte was een familie-app. Die is voor vier mensen: mijn vrouw, mijn twee kinderen en mij.
Daarin zitten drie afdelingen. De eerste is praktische informatie: maten, adressen, dat soort dingen. Handig als je op vakantie iets voor iemand wilt kopen of iets wilt opsturen.
De tweede afdeling is recepten. Recepten van thuis, maar ook recepten van mijn vader, die inmiddels overleden is. Sommige daarvan waren beroemd in de familie. Die wil je niet kwijt.
De derde afdeling is cadeautjes. Als je ergens iets ziet waarvan je denkt: dat zou leuk zijn voor iemands verjaardag, maak je een foto en zet je het erin. Tegen de tijd dat iemand jarig is, staat er een lijstje. En vaak is diegene zelf alweer vergeten dat hij dat ooit heeft toegevoegd.
Dat is typisch zo’n multifunctionele app voor vier mensen. Vroeger zou niemand die bouwen. Nu kan het gewoon.”
Staat dit voor iets groters, of is het vooral iets voor mensen zoals wij?
“Wij zijn makers. Daar moet je eerlijk over zijn. Wij hebben ook een soort missionarisneiging. We vinden iets leuk en willen andere mensen overtuigen hoe leuk het is.
Maar niet iedereen zit daarop te wachten.
Toch denk ik dat er wel iets groters gebeurt. Als je vijf stappen terug doet, zie je een patroon.
In de jaren vijftig en zestig kwam de computer het bedrijf binnen. Er stond een computer in het midden en daaromheen zaten mensen die de computer bedienden. Als je naar de bank ging, deed iemand achter het loket iets voor jou in de computer.
Met internet is die ring van mensen om de computer heen verdwenen. Die is vervangen door websites en apps. Jij praat nu direct met de computer van het bedrijf. Dat was goedkoper en schaalbaarder.
Maar de software die we gebruikten, bleef nog steeds software van grote aanbieders. Iedereen gebruikt Word, want je gaat niet je eigen tekstverwerker maken.
Met internet dachten we ooit dat de middelman zou verdwijnen. In werkelijkheid kwamen er een paar enorme nieuwe middelmannen bij.
Wat ik nu zie door AI is een nieuw tijdperk. Je kunt zeggen: ik koop niet meer standaardsoftware van een groot bedrijf, maar ontwikkel iets voor mezelf of mijn organisatie.
Waar je vroeger drie jaar en dertig programmeurs voor nodig had, kun je nu soms in je eentje in een maand iets neerzetten. Ook complexe applicaties met meerdere gebruikers worden bereikbaar.
Dat verandert de afweging.”
Wat betekent dat voor organisaties?
“Organisaties moeten misschien minder investeren in apps en websites als eindpunt, en meer in het openen van hun data-infrastructuur.
Nu ga jij naar een website om iets te lezen of te doen. Maar straks wil je misschien vanuit je eigen applicatie op dataniveau met een organisatie communiceren.
Dat is een ander interactiemodel.
Je ziet nu al dat kleine maatwerkapps veel haalbaarder worden. Een onderwijsinstelling die met bedrijven samenwerkt, wil bijvoorbeeld dat bedrijven makkelijk uren kunnen bijhouden die ze aan leerlingen besteden. Niet met een zwaar systeem, maar gewoon snel op een mobiel.
Vroeger werd zoiets al snel ingewikkeld. Zeker als er ook nog een koppeling moest komen met het systeem dat de instelling zelf gebruikte. Nu kun je in korte tijd een app bouwen die twee kanten op synchroniseert.
Daarvoor hoef je niet zelf de programmeur te zijn. Maar je moet wel de taal spreken. Je moet snappen wat een database is, wat een API doet, wat er gebeurt als systemen gegevens uitwisselen.
Dat is de winst voor mensen zoals jij en ik. We spreken de taal genoeg om iets complex te laten maken.”
Wordt dit straks iets wat iedereen doet?
“Niet iedereen. Maar de lat komt wel steeds lager te liggen.
Je moet nog steeds interesse hebben. Maar misschien hoeft ook niet iedereen het te kunnen. Als één op de vijf mensen in een team dit handig vindt, kunnen de andere vier daar ook van profiteren.
Het wordt minder uitzonderlijk dat iemand in een organisatie zegt: wacht even, dit kunnen we zelf oplossen.”
De bazen van grote AI-bedrijven roepen graag dat veel banen verdwijnen. Zit daar wat in?
“Banen gaan in ieder geval veranderen.
Bij elke grote innovatie hoor je dat banen verdwijnen. Dat klopt ook. Er komen ook geen schepen met ijsblokken meer de haven van Rotterdam binnen voor je koelkast.
Maar er ontstaan ook altijd nieuwe vragen en nieuwe mogelijkheden. Dat wordt in dit soort discussies vaak vergeten. Er wordt gekeken naar verlies, niet naar winst.
Ik denk dat er veel nieuwe kleine bedrijven gaan ontstaan. Als jij en ik nu jong waren en opnieuw begonnen, zouden we een bedrijf heel anders inrichten dan bestaande bedrijven nu doen.
AI schept mogelijkheden voor kleine, gespecialiseerde bedrijven die vroeger niet haalbaar waren.”
Je vergelijkt deze periode met de beginjaren van internet.
“Ja. In de begintijd van internet kwam ik mensen tegen die zeiden: ik hoef geen internet, want ik heb een encyclopedie.
Als je AI nu terugbrengt tot ‘ik stel een vraag aan een chatbot en die geeft meestal een goed antwoord’, dan kun je misschien nog zeggen dat je het niet nodig hebt.
Maar uiteindelijk wordt AI onderdeel van het weefsel van de maatschappij. Net zoals internet.
Straks zit AI gewoon in dingen. Dan is het niet meer die ene chatbot waar je naartoe gaat. Voor jonge mensen wordt dit normaal. Net zoals elektrisch licht normaal is. Je kunt daar als oudere nog enthousiast over zijn, maar zij kijken je aan alsof je enthousiast bent over een lichtknopje.”
Je bent ook bezig met digitale soevereiniteit. Waar komt dat vandaan?
“Ik probeer een aantal techreuzen uit mijn leven te bannen. Google was nummer één. Ik heb geen Google-apps meer op mijn telefoon.
Dat vind ik winst, want ik wil niet dat ik elke dag gevolgd word door Google.
Maar dan loop je tegen praktische dingen aan. Ik had bijvoorbeeld een weegschaal die met Fitbit praatte. Fitbit is gekocht door Google. Dus ineens werd mijn Fitbit-app een Google-app. Toen dacht ik: nu heb ik weer een Google-app op mijn telefoon.
Daarom vroeg ik aan Perplexity of het op basis van screenshots een goede prompt kon schrijven voor Base44, zodat ik mijn eigen weight tracking app kon bouwen.
Dat heb ik tijdens het wandelen met de honden gedaan. En toen was het klaar.
Nu heb ik mijn eigen app om mijn gewicht bij te houden, zonder dat mijn data ergens terechtkomt bij een partij die ik niet vertrouw.”
Dat is een klein voorbeeld, maar het maakt soevereiniteit wel concreet.
“Ja. Soevereiniteit klinkt snel groot en abstract. Maar hier wordt het praktisch.
Ik wil mijn eigen data houden. Ik wil niet afhankelijk zijn van een platform als dat niet nodig is. En als ik een kleine app nodig heb, kan ik die nu zelf laten bouwen.
Twee jaar geleden had je daarvoor nog veel meer begeleiding nodig. Nu is één goede vraag, screenshots erbij en een verbeterde prompt vaak al genoeg.
Zeker als je de vraag een beetje goed kunt formuleren.”
Toch blijft er iets nodig: je moet wel weten hoe een app ongeveer in elkaar zit.
“Ja. Dat is belangrijk.
Jij gaf ooit het voorbeeld van GarageBand. Mensen kunnen muziek maken, maar als je niet weet hoe een liedje ongeveer is opgebouwd — intro, couplet, refrein, tussenstuk, outro — dan mis je iets.
Bij apps geldt dat ook. Mensen gebruiken apps, maar realiseren zich niet altijd wat erin zit. Een adminomgeving. Rollen en rechten. Databases. Gebruikers. Koppelingen. Beheer.
Bij simpele apps kom je ver zonder die kennis. Maar als het complexer wordt, moet je wel begrijpen wat goede architectuurprincipes zijn.”
Waar loop je dan tegenaan?
“Ik wilde in Japan een oude webbased game nabouwen waar ik rond 2000 fan van was. Een heel complex spel waarin meerdere gebruikers samen in een universum spelen, planeten veroveren, schepen aanvallen en continu informatie uitwisselen.
Ik vroeg me af: kan ik nu iets bouwen waar vroeger dertig mensen drie jaar aan gewerkt hebben?
Het korte antwoord: niet zomaar.
Vooral zodra je met meerdere gebruikers, rechten en data werkt, wordt het ingewikkeld. Een speler mag bijvoorbeeld jouw spelersnaam zien, maar niet je echte naam of e-mailadres.
Je moet data scheiden van functionaliteit. Je moet zorgen dat data niet op allerlei plekken wordt gekopieerd. Anders krijg je een moeras van losse trappetjes, kopieën en uitzonderingen.
Als je tegen een platform zegt: houd je aan deze architectuurprincipes, dan zegt het ‘ja’. Maar tien prompts later weet het systeem het niet meer en bouwt het alsnog iets rommeligs.
Je hoeft de code niet zelf te kunnen schrijven. Maar je moet wel begrijpen hoe code en architectuur horen te werken.”
Dus vibe coding is krachtig, maar niet magisch.
“Precies.
Voor kleine apps is het fantastisch. Voor persoonlijke tools, familie-apps, kleine workflows, prototypes. Daar kun je heel snel waarde maken.
Maar zodra je richting complexe software gaat, moet je weten wat je doet. Anders krijg je een systeem dat op het eerste gezicht werkt, maar onder de motorkap niet klopt.
En op dit moment is zo’n applicatie nog niet eerlijk genoeg. Hij vertelt je niet altijd waar het probleem zit.”
Hoe kijken Nederlandse bedrijven hier nu naar?
“Heel verschillend.
Sommige bedrijven vinden het eng. Die zeggen: er mag niets naar buiten, we willen niet dat medewerkers AI gebruiken. Of ze bieden een eigen verplicht AI-systeem aan dat veel minder kan dan de tools die mensen privé gebruiken.
Dan krijg je vanzelf dat mensen toch ChatGPT, Claude of andere tools gebruiken, omdat het werkt.
Je ziet ook bedrijven die lompe conclusies trekken. Dan zeggen ze: met AI moet alles sneller kunnen, dus we halen twintig procent van de mensen eruit en de rest gebruikt maar AI. Dat is niet gezond.
De beste bedrijven begrijpen dat het om verandering van processen gaat.”
Wat bedoel je met procesverandering?
“AI heeft goede data nodig. Vaak zit die data opgesloten in allerlei losse applicaties die niet met elkaar praten.
Stap één is dus: haal data uit die losse systemen en breng die bij elkaar, zodat AI ermee kan werken.
Stap twee is: kijk naar je processen. Welke processen voeren we uit? Welke daarvan hebben genoeg herhalende elementen om te automatiseren met AI?
De mensen die dat werk nu doen, kun je toezichthouder maken van het proces. Dan voeren ze niet meer één proces langzaam zelf uit, maar begeleiden ze meerdere processen tegelijk.
Hun output kan veel groter worden, maar dan moet je het goed organiseren.”
Daar zit ook een leiderschapsvraag achter.
“Zeker.
Stel: Fatima zit op een afdeling en snapt AI goed. Bart zit tegenover haar en ziet dat zij AI gebruikt. Hij denkt: Fatima speelt vals. We krijgen evenveel betaald, maar zij laat AI het werk doen terwijl ik me kapot werk.
Fatima kijkt naar Bart en denkt: die leeft in zijn tijdperk. Daar heb ik niets aan. Ik wil collega’s die wel snappen hoe dit werkt.
Dat is een managementuitdaging.
Bedrijven moeten kijken wat er met teams gebeurt. Hoe houd je de verhoudingen normaal? Hoe zorg je dat mensen samen vanuit hun expertise de beste plekken vinden om te automatiseren? Hoe voorkom je dat AI-gebruik een soort onderlinge strijd wordt?
Dat is leiderschap.”
Als AI vooral als bezuinigingsoperatie voelt, gaan mensen natuurlijk niet meewerken.
“Dat klopt. Als medewerkers denken: als ik hiermee help, kost het mijn eigen baan, dan wordt het heel moeilijk.
Je moet dus niet alleen naar efficiency kijken. Je moet ook kijken naar wat er mogelijk wordt.
Ik maakte bijvoorbeeld voor een uitgeverijachtige organisatie een tool voor nieuwsbrieven. Bijna elk bedrijf heeft nieuwsbrieven. Die moeten steeds gevuld worden. Dat is veel werk.
Ik bouwde een tool waarmee je in vier minuten een nieuwsbrief kunt samenstellen: beelden selecteren, teksten bewerken in de juiste stijl, volgorde bepalen volgens het format, ontbrekend beeld genereren, editie klaarzetten.
Ik raad niemand aan om het echt in vier minuten te doen. Je moet er aandacht aan blijven besteden.
Maar veel tijd zat vroeger niet in het denken of schrijven, maar in het in elkaar zetten. Die tijd kun je weghalen.
De vraag is dan: moeten er van drie mensen twee weg? Dat kan. Maar je kunt ook zeggen: in plaats van één algemene nieuwsbrief maken we nu vijf nieuwsbrieven voor kleinere subdoelgroepen. Specifieker. Relevanter. Meer kans dat er iets gaat vliegen.
AI kan dus ook ruimte maken voor meer niche, meer diepte en meer experiment.”
Dat raakt aan media, muziek en cultuur. Technologie maakt productie goedkoper, dus kleine doelgroepen worden interessanter.
“Ja. Kijk naar muziek. Wat Pip en Tender nu kunnen doen, had in 2000 niet gekund.
Vroeger was je afhankelijk van een platenmaatschappij voor distributie en promotie. Als die niet in je geloofde, was het bijna klaar.
Nu kun je zelfstandig door. Je kunt complete platen maken op een laptop. Je bent minder afhankelijk van de partij die vroeger de enige toegang had tot de machtsmiddelen.
Ik werkte ooit bij Veronica in de tijd dat er een uitzendstraat moest worden gekocht. Dat kostte miljoenen. Daarmee kon je toen minder dan wat je vandaag met een iPhone kunt. En de kwaliteit van de iPhone is hoger.
Dat is democratisering van media. De middelen zijn niet meer de grens. De vraag wordt: wat maak je ermee?”
Bedrijven moeten hun data op orde hebben. Is dat niet alweer een hoge drempel?
“Voor veel bedrijven wel. Maar je hoeft niet meteen te beginnen met één grote bak waarin alles zit.
Je kunt ook specifiek met één applicatie of proces beginnen.
Neem metadata. Bij Holland Casino speelde hetzelfde probleem als bij Netflix: je hebt veel content, maar weinig ruimte op het scherm. Je wilt mensen de juiste spellen tonen. Daarvoor heb je metadata nodig.
Als je mensen metadata laat maken, worden ze gek. Mensen vinden het leuk om content te maken, maar niet om daarna tien trefwoorden te verzinnen. Bovendien wordt die data rommelig. De één schrijft stoep, de ander trottoir, de derde voetpad. Voor het systeem zijn dat verschillende woorden, terwijl het om hetzelfde concept gaat.
AI kan helpen om content te bekijken en consistente metadata te genereren. Dan kan een mens doen waar die goed in is: het verhaal maken. AI doet het saaie, consistente werk.
En doordat die metadata beter wordt, kun je nieuwe dingen doen.”
Zoals?
“Je omgeving dynamischer maken.
Als het Eurovisie Songfestival is, wil je misschien alle spellen met bands op de voorpagina. Met Koningsdag wil je alles met een oranje tegel tonen. Dat kan alleen als je metadata op orde is.
Dan gebruik je AI niet alleen om sneller te werken, maar om iets mogelijk te maken wat vroeger te duur of te omslachtig was.
De kosten om specifieker te worden dalen. Daardoor kun je beter inspelen op context, moment en doelgroep.”
Wat kan de mens beter dan de computer?
“Mensen kunnen beter voor mensen zorgen.
Uiteindelijk gaat het altijd om ratio en gevoel. Ratio kun je voor een groot deel aan computers overlaten. Slimme mensen weten ook dat je er met slimheid alleen niet komt.
Kijk naar debatcultuur. Sommige mensen kunnen elke willekeurige stelling verdedigen, voor of tegen. Dat is ratio als wedstrijd. Dat kunnen computers ook.
Maar gevoel, intuïtie, mensen aanvoelen, mensen aansturen, bedenken wat mensen gaan waarderen, wat iets bij ze oproept, waarom ze ergens blij van worden — dat gaat AI niet zomaar doen.
AI kan ideeën combineren die het al heeft gezien. Maar het zal eerder een idee pakken dat het honderd keer heeft gezien dan een idee dat het twee keer heeft gezien. Wat vaak voorkomt, voelt voor het algoritme relevanter.
Dus als je AI om ideeën vraagt, krijg je vaak een combinatie van clichés. De kans op echte originaliteit is klein.”
Dat zie je ook in muziektools. Ze bewegen vaak naar het midden.
“Ja. Dat heeft met meesterschap te maken.
Als je niet kunt koken, volg je een recept. Dan komt er iets uit wat je kunt eten. Maar als je echt kunt koken, heb je in je leven veel recepten gezien en weet je hoe smaken werken. Dan kun je op gevoel spelen met regels en ze breken.
Dat geldt ook voor muziek. Jazz is gebouwd op blue notes, op tonen die eigenlijk wringen. Dat soort afwijkingen maken iets interessant.
AI komt vaak tot middelmaat. Niet per se slecht, maar wel gemiddeld. Terwijl je in creatieve processen juist iets wilt dat op een nieuwe manier raakt.”
Waar maak je je zorgen over bij AI?
“Ik ben niet zo goed in me zorgen maken. Maar energie- en watergebruik zijn natuurlijk aandachtspunten. Daar moeten we serieus naar kijken.
Tegelijk zie je dat er technisch hard wordt gewerkt aan zuinigere en efficiëntere modellen. We kijken niet naar een eindresultaat. Dit ontwikkelt zich door.
Die grote bedrijven vinden het zelf ook niet prettig dat AI zo veel geld kost en dat datacenters moeilijk te bouwen zijn door energieproblemen en weerstand uit de omgeving. Er is dus enorme druk om het goedkoper en efficiënter te maken.
Aan de andere kant zie ik ook veel winst. AI kan helpen bij medisch onderzoek, kankeronderzoek, nieuwe geneesmiddelen, klimaatoplossingen. Als we CO2 uit de lucht willen trekken, is de kans groot dat AI helpt om oplossingen te vinden.
We hebben als mensheid nog genoeg problemen op te lossen. Daar zijn middelen voor nodig. Maar er kan ook veel uitkomen.”
Hoe kijk je naar kritiek op AI?
“Kritiek is nodig. Zeker als die van jonge mensen komt. Daar moeten we goed naar luisteren. Zij moeten de komende vijftig jaar met de gevolgen leven.
Maar bij oudere mensen is kritiek soms ook een manier om niet mee te hoeven doen. Als je zegt dat het allemaal vreselijk is en je doet er principieel niet aan mee, hoef je je er ook niet in te verdiepen. Dat is veilig.
Je moet steeds kijken of een argument ergens op gebaseerd is.
Als iemand altijd overal tegen is, weten collega’s vaak ook wel: dat is die persoon die altijd overal tegen is. Dan moet je er niet te veel energie aan verspillen.”
Je nieuwe werk raakt ook aan AI-infrastructuur. Waarom is dat belangrijk?
“Bij Leaseweb leveren we cloudinfrastructuur en servers. Er is natuurlijk veel vraag naar servers met Nvidia-processoren, zodat organisaties hun eigen AI kunnen draaien.
Dat past bij de doe-het-zelfgedachte. Gebruik niet alles van platforms van een ander. Publiceer niet alleen op platforms van een ander. En breng ook niet al je bedrijfsdata samen om die vervolgens weer naar een ander te sturen.
Je wilt zelf met je data aan de slag kunnen.
Daarom wordt soevereiniteit belangrijk. Waar staat je data? Wie beheert de infrastructuur? Staat het in Europa? Wordt het ook echt door een Europees bedrijf beheerd? Kun je kiezen dat gevoelige data in Nederland blijft?
Dat soort vragen worden belangrijker.”
Het gaat dus niet alleen om techniek, maar ook om macht.
“Ja. Als je alles bij grote Amerikaanse platforms onderbrengt, ben je afhankelijk. Niet alleen technisch, maar ook juridisch en geopolitiek.
Sommige dingen mogen wereldwijd staan omdat iedereen erbij moet kunnen. Andere dingen wil je dicht bij jezelf houden.
En je hoeft niet altijd de grootste modellen te gebruiken die alle data naar Amerika brengen. Je kunt ook eigen modellen draaien, kleiner, lokaler, dichter bij je organisatie.
Dat wordt een belangrijke ontwikkeling.”
Wat blijft er dan over voor mensen en organisaties?
“De mogelijkheid om zelf te maken. Zelf te begrijpen. Zelf te kiezen waar je data staat en wie erbij kan.
AI maakt software goedkoper en toegankelijker. Maar daardoor wordt het belangrijker dat je snapt wat je maakt. Welke data gebruik je? Welke architectuur zit eronder? Welke afhankelijkheden bouw je in? Wat moet een mens blijven beoordelen?
En aan de menselijke kant blijft zorg belangrijk. Mensen aanvoelen. Begrijpen wat iemand nodig heeft. Weten wanneer iets raakt, wanneer iets wringt, wanneer iets middelmatig is.
Computers kunnen ratio heel ver brengen. Maar betekenis, gevoel en verantwoordelijkheid blijven menselijk werk.”
Wat is de kortste samenvatting van jouw verhaal?
“AI maakt het mogelijk om eigen software te bouwen voor situaties die vroeger te klein waren om software voor te maken.
Maar hoe makkelijker maken wordt, hoe belangrijker begrip wordt.
Begrip van data. Begrip van architectuur. Begrip van mensen.
Daar zit straks het verschil.”
Je leest mee via een gedeelde link
Dit gesprek is onderdeel van Wat Blijft
Jeroen Verkroost deelde dit gesprek met je. Wat Blijft is het lopende onderzoek van Erwin Blom naar wat menselijk blijft als AI steeds meer werk overneemt. Als deelnemer lees je alle gesprekken, inzichten, cases en bouwstenen — en je draagt zelf bij.
Eenmalige betaling, geen abonnement. Je krijgt het boek en toegang tot het volledige onderzoek.
Volgende in dit hoofdstuk
Checklist10 manieren om je smaak te ontwikkelenGekoppelde bouwsteen