Gesprek uit het veld

'Maak altijd zelf de eerste versie'

Ernst-Jan Pfauth gebruikt AI als tweede brein, maar houdt de eerste versie van zijn denkwerk bewust bij zichzelf.

Ernst-Jan Pfauth · medeoprichter van De Correspondent en maker van POM · Eigenheid

Ernst-Jan Pfauth

Dit interview is onderdeel van lopend onderzoek en kan nog veranderen. Lees meer over de werkwijze →

Ernst-Jan Pfauth — Maak altijd zelf de eerste versie

Ernst-Jan Pfauth gebruikt AI inmiddels als een tweede brein. Het systeem haalt oude gedachten en vergeten boeknotities terug op het moment dat hij ze nodig heeft. Maar toen hij AI ook de eerste versie van zijn denkwerk liet maken, verdwenen zijn werkplezier en de diepgang. In dit interview voor Wat Blijft gaat het over de verleiding van gemak, de waarde van worstelen en de vraag wat mensen zelf moeten blijven doen.

Pfauth is medeoprichter van De Correspondent, maakt de podcast POM en publiceert over intentioneel leven, media en technologie. Hij begon relatief sceptisch aan generatieve AI. Inmiddels gebruikt hij de techniek dagelijks, maar probeert hij ook grenzen te trekken.

Zijn belangrijkste werkregel klinkt eenvoudig: maak altijd eerst zelf de eerste versie. Niet omdat AI daar niet bij kan helpen, maar omdat juist tijdens die eerste poging het denken plaatsvindt.

Bron: gesprek met Ernst-Jan Pfauth op 17 augustus 2026. De antwoorden zijn geredigeerd tot lopende citaten en zo dicht mogelijk bij het transcript gehouden. Letterlijke citaten moeten voor publicatie nog eenmaal tegen de opname worden gecontroleerd.

Wanneer sloeg je aanvankelijke scepsis over AI om in enthousiasme?

“Ik was niet meteen aangehaakt toen ChatGPT verscheen. Ik vond het technologisch interessant, maar ook een beetje een gimmick. Het moment waarop dat veranderde, was waarschijnlijk bij mijn jaarreview aan het einde van 2023.

Ik houd veel over mijn leven bij. Ik schrijf wekelijkse en kwartaalreviews en praat regelmatig met een accountabilitypartner. Ik uploadde een deel van die teksten naar ChatGPT of Claude. Het systeem haalde daar inconsistenties en kansen uit die ik zelf over het hoofd had gezien.

Dat was voor mij een belangrijk moment. Later heb ik Obsidian en Claude Code aan elkaar gekoppeld. Vanaf dat moment werd het echt een soort tweede brein.”

Wat doet dat tweede brein voor je?

“Als ik nu over iets nadenk, haalt het naar boven wat ik daar in het verleden over heb vastgelegd. Ik maak bijvoorbeeld al tien jaar highlights in boeken via Readwise.

Als ik over nieuwsbrieven nadenk, kan het een passage terugvinden uit een boek dat ik acht jaar geleden heb gelezen. Ik was die passage vergeten, maar er staan misschien twee of drie dingen in die nu opnieuw relevant zijn.

Het belangrijkste is dat het me helpt dingen terug te vinden die ik vroeger interessant vond, maar die ik niet meer paraat had.”

Waar zit voor iemand zoals jij het grootste risico?

“Dat je denkt dat AI je slimmer maakt, terwijl je in werkelijkheid maar de helft van je denkvermogen gebruikt.

Ik merkte dat toen ik Claude iets te enthousiast ging gebruiken voor het schrijven van nieuwe stukken. Ik liet het systeem de eerste versie maken. Op een gegeven moment realiseerde ik me twee dingen. Ik had minder plezier in het schrijven omdat de uitdaging verdwenen was. En wat ik produceerde werd oppervlakkiger.

Mijn beste gedachten komen naar boven wanneer mijn hersenen kraken. Als ik tegen een muur aanloop en niet meteen weet hoe ik verder moet. Ik gebruikte Claude om telkens om dat muurtje heen te lopen.”

Gebeurde dat alleen bij het schrijven?

“Nee. Ik werk nu aan de marktstrategie van een nieuw bedrijf en daar gebeurde hetzelfde. Ik liet Claude de eerste versie schrijven en merkte opnieuw dat ik niet mijn hele denkvermogen gebruikte.

Daar komt nog iets bij. Claude gaat aan het werk en kan ondertussen diep in archieven zoeken. Terwijl het systeem dat doet, ga ik iets anders doen. Ik check mijn mail of kijk of er transfernieuws is. Daardoor zit ik zelf niet meer diep in het probleem. Ik ben steeds van context aan het wisselen.

Claude kan dan misschien diep zoeken, maar ik denk zelf niet meer diep na.”

Welke werkregel heb je daaruit afgeleid?

“Voor al het denkwerk geldt nu: de eerste versie maak ik zelf, wat er ook gebeurt. Daarna kan ik AI gebruiken om te kijken wat ik heb gemist.

Dat geldt ook voor mijn wekelijkse review. Ik heb genoeg materiaal en opdrachten verzameld om Claude die review automatisch te laten invullen. Daar komt best iets acceptabels uit. Maar er gaat ook iets wezenlijks verloren.

Daarom vul ik mijn wekelijkse review eerst zelf in. Daarna laat ik Claude erop reflecteren en vraag ik wat ik mogelijk over het hoofd heb gezien.”

Kost het moeite om je aan die regel te houden?

“Ja. Er zit een rare paradox in ons. De activiteiten die ons de meeste moeite kosten, vinden we vaak ook het waardevolst. Tijdens zulke activiteiten kunnen we in een staat van flow komen.

Tegelijkertijd gaan we ze uit de weg omdat ze zoveel energie kosten. Claude en andere AI-tools spelen daar precies op in. Ze zeggen als het ware: je hoeft die moeite niet meer te doen, wij doen het wel voor je.

Dat is een soort sirenenzang. Als je eraan toegeeft, raak je die flow kwijt en gebruik je niet meer je volledige denkvermogen.”

AI zou ons tijd besparen. Ervaar jij dat ook?

“Het kan juist de andere kant op gaan. Je laat allerlei agents tegelijk werken en daardoor ga je veel meer werk doen. Je raakt vermoeider en het werk wordt oppervlakkiger.

Je denkt misschien dat AI de vierurige werkweek dichterbij brengt, maar het kan ook een werkdag van 24 uur worden.”

Welke kennis moeten kinderen nog ontwikkelen als deskundigheid steeds vaker op afroep beschikbaar is?

“Je moet een basis hebben om dingen op waarde te kunnen schatten. Ik probeer mijn kinderen te leren welke bronnen ze serieus kunnen nemen. Wat is het verschil tussen een boek en een YouTube-video? En ook binnen YouTube bestaan weer allerlei gradaties.

Zelfs als je deskundigheid kunt uitbesteden, moet je kunnen beoordelen of iets werkelijk deskundig is. Anders weet je niet of je een goed antwoord krijgt of iets willekeurigs voorgeschoteld krijgt.

Een persoonlijke AI-tutor kan geweldig zijn. Maar je moet nog steeds leren nadenken en beoordelen.”

Wat doet AI met vertrouwen?

“Ik ben bij mijn kinderen veel bezig met uitleggen wat ze allemaal niet zomaar kunnen vertrouwen en welke belangen de mensen of systemen achter informatie hebben.

Ik wil bijvoorbeeld niet dat ze zonder mij of mijn partner uitgebreid met een chatbot praten. Ik probeer uit te leggen dat zo’n systeem geoptimaliseerd kan zijn om je aan de praat te houden. Niet omdat er werkelijk een mens met belangstelling tegenover je zit.

Soms word ik zelf ook nog overvallen door het ongemak. Ik vroeg ChatGPT om een recept op basis van ingrediënten die ik nog had liggen. Ik kreeg een prima recept, met beelden van hoe het gerecht eruit kon zien. Toen dacht ik: dit is allemaal gemaakt op basis van werk van receptenmakers en fotografen.

Alles wat je daar ziet, is uiteindelijk door iemand gecreëerd. Ook dat moeten mijn kinderen begrijpen.”

Waar is de mens volgens jou nog beter in?

“Originaliteit. Mensen kunnen verrassen en onverwachte dingen maken.

We worden overspoeld door voorspelbare AI-teksten. Mijn intolerantie daarvoor wordt alleen maar groter. Als ik een schrijver tegenkom van wie ik voel dat die zelf heeft geschreven, of AI hooguit als toetsingsmiddel heeft gebruikt, haak ik sneller aan.

Gekke teksten, onverwachte teksten, een stem die je er echt doorheen hoort. Dat herken je wanneer je het ziet.

De makers die overleven, zijn volgens mij de makers die je niet makkelijk in een dataset kunt vangen. Iemand als Tyler Cowen kan het ene moment schrijven over een restaurant in Buenos Aires en het volgende moment over een heel ander onderwerp. Je volgt zo iemand vanwege zijn smaak en ongrijpbaarheid.

Mensen schrijven bovendien vanuit ervaring. We zijn meer dan alleen ons brein. Je voelt het als iemand schrijft over iets wat werkelijk is doorleefd.”

Is je eigen manier van schrijven hierdoor veranderd?

“Ik merk dat ik bewust vreemder, ontoegankelijker en losser ga schrijven. Ook om aan lezers te laten merken: dit komt van mij.

Taalmodellen zijn getraind op onze teksten en daarmee ook op onze clichés. Vervolgens krijgen wij die clichés terug. Daardoor kunnen teksten die volledig door een mens zijn geschreven inmiddels toch als AI klinken.

Juist daarom worden onverwachtheid, smaak en een eigen stem belangrijker.”

Begrijp je dat steeds meer mensen zich volledig tegen AI keren?

“Ik begrijp waar de woede vandaan komt. Er ontstaat een nieuwe groep oligarchen die veel waarde uit de maatschappij haalt. Datacenters worden overal neergezet en de kosten komen voor een deel bij de maatschappij terecht.

Tegelijkertijd vind ik de discussie veel te zwart-wit. ‘Ik ben tegen AI’ is geen bruikbare positie bij een technologie met zoveel verschillende toepassingen. Ik vind de AI-evangelisten net zo irritant. Maar we moeten deze discussie intelligent blijven voeren. Anders komen we niet verder dan voor of tegen.”

Wat is voor jou voorlopig het antwoord op de vraag van Wat Blijft?

“Maak bij denkwerk altijd eerst zelf de eerste versie. Gebruik AI daarna om te kijken wat je hebt gemist.

De techniek mag oude kennis terughalen, verbanden aandragen en je werk toetsen. Maar als je het eerste denkwerk uitbesteedt, loop je het risico dat juist het stuk verdwijnt waar plezier, diepgang en je eigen stem ontstaan.”

Je leest mee via een gedeelde link

Dit gesprek is onderdeel van Wat Blijft

Ernst-Jan Pfauth deelde dit gesprek met je. Wat Blijft is het lopende onderzoek van Erwin Blom naar wat menselijk blijft als AI steeds meer werk overneemt. Als deelnemer lees je alle gesprekken, inzichten, cases en bouwstenen — en je draagt zelf bij.

Eenmalige betaling, geen abonnement. Je krijgt het boek en toegang tot het volledige onderzoek.

WAT BLIJFT.

Een lopend onderzoek van Erwin Blom naar wat mensen onderscheidt nu AI steeds meer productiewerk overneemt.

© 2026 Wat Blijft — Erwin BlomLopend onderzoek · Boek in wording