Gesprek uit het veld
‘Ons brein vindt gemak lekker’
Sanne Cornelissen onderzoekt hoe AI ons gedrag verandert: waarom gemak zo verleidelijk is, wat er gebeurt met gewonnen tijd en waarom we zelf moeten blijven nadenken.
Sanne Cornelissen · gedragspsycholoog en auteur van ‘Me, myself & AI’ en ‘This is not AI’ · Oordeel

Dit interview is onderdeel van lopend onderzoek en kan nog veranderen. Lees meer over de werkwijze →
Sanne Cornelissen houdt van efficiëntie. In de auto voert ze gesprekken, werkt ze ideeën uit en luistert ze naar podcasts waar ze iets van leert. Maar ze merkt ook wat er gebeurt als ieder vrij moment wordt gevuld. Je kunt steeds meer doen en bent aan het einde van de dag steeds meer op. Als gedragspsycholoog en auteur van boeken over AI ('Me, myself & AI' en 'This is not AI') ziet ze hoe verleidelijk het gemak is. Ook voor haarzelf.
Wanneer we elkaar spreken, is Cornelissen onderweg naar Leiden om workshops te geven. AI-expert noemt ze zichzelf liever niet. Ze gebruikt de technologie veel en onderzoekt wat die met ons gedrag doet. Hoe leren we ermee werken? Wanneer gaan we te gemakkelijk op een antwoord vertrouwen? En wat gebeurt er met de tijd die we ermee besparen?
Voor Wat Blijft spraken we over denkwerk, de druk om meer te produceren en waarom je soms eerst zelf moet nadenken voordat je een chatbot opent.
Wat doet AI met ons gedrag?
“De tools die we gebruiken zijn heel erg gemaakt om dingen gemakkelijk voor ons te maken. En ons brein vindt gemak lekker. Bij mensen die al veel met AI werken, zie je dat ze er steeds sneller naar grijpen. Dat kan heel fijn werken, maar soms grijpen we er zo snel naar dat we zelf minder gaan nadenken. Misschien verslappen zo op den duur de spieren van het nadenken.
Aan de andere kant zie ik nog steeds mensen die het moeilijk vinden om AI überhaupt in hun dag in te passen, om er een gewoonte van te maken. Dat kunnen wij ons misschien nauwelijks meer voorstellen. Maar die twee uitersten bestaan naast elkaar: mensen die er nog geen gewoonte van kunnen maken en mensen die er misschien al te afhankelijk van worden.”
Herken je die afhankelijkheid bij jezelf?
“Zeker. Ik word er ook lui van. En dan bedoel ik dat ik iets gemakkelijk overneem, maar ook dat ik het als waarheid zie.
Ik ben de laatste tijd wat meer gaan nadenken over waarom dat gebeurt. Er is een theorie die processing fluency heet. Die zegt dat hoe gemakkelijker ons brein iets kan verwerken, hoe eerder we het als waar aannemen. Teksten uit een chatbot zijn heel vloeiend geschreven. Het leest lekker en er zitten geen spelfouten in. Daardoor denk je sneller: dit klopt wel.
Tegelijkertijd weten we dat die systemen fouten maken. Dat kan gaan om feiten, maar ook om iets wat binnen jouw situatie niet klopt. We moeten dus nieuw gedrag aanleren en zelf blijven controleren. Ook als je al hebt gevraagd om een dubbele check en denkt dat je het daarmee hebt gewaarborgd.”
Je gebruikt AI zelf ook steeds meer om hardop te denken. Hoe is dat ontstaan?
“Typen was voor mij denken. Ik merk bij interviews bijvoorbeeld vaak dat ik daarna nog over dingen nadenk. In een mail kon ik dan soms scherper antwoorden.
Toen ik mijn tweede boek schreef, kreeg ik last van mijn pols. Daardoor ben ik meer met spraak gaan werken. Daarvoor kreeg ik dat gewoon niet in mijn systeem, in mijn gedrag of in mijn manier van denken. Nu zit het er steeds meer in. Met de spraakfunctie van ChatGPT leer ik al pratend denken en merk ik dat je ook goed kunt sparren in een gesprek.
Over gedrag en AI gesproken: dat is voor mij zelf ook iets geweest wat ik moest leren.”
Levert al dat gemak je ook meer rust op?
“Ik ben enorm van de efficiëntie. Ik prop mijn tijd in de auto ook vol met meetings als deze. Maar ik denk ook lekker als ik zelf rijd. Het is alsof ik die lege ruimte in mijn brein wil opvullen.
Aan de andere kant kun je nu zoveel tegelijkertijd doen. Je kunt iets maken, weer een agent aan het werk zetten en vervolgens ook het autorijden vullen, terwijl dat normaal gesproken een rustig moment was. Daardoor verbruik je op een dag veel meer mentale energie en ben je ’s avonds meer op.
Gewoon in de auto zitten en even niet nadenken is ook belangrijk. Toch wil ik dan weer een podcast luisteren waar ik iets van leer. Daar moet ik mezelf ook voor behoeden.”
Wat zijn de positieve gevolgen?
“We kunnen meer doen. AI kan ons creatiever maken en inspireren. We kunnen sneller informatie zoeken en patronen herkennen in data. Er zijn dingen waar AI veel beter in is.
Ik geloof vooral in de denkruimte die daardoor kan ontstaan. Ruimte voor dingen waar wij beter in zijn of die we leuker vinden. Als we er bewust mee omgaan, kan het ons tijd geven en ons werkgeluk vergroten.
Maar op dit moment zie je niet per se dat mensen veel relaxter zijn geworden in hun werk. Je kunt van alles tegelijk aanzetten en blijven doorgaan. Dashboards bouwen, apps maken, het heeft geen limiet.
Na een lezing kwam iemand naar me toe die vertelde dat hij na zijn werk thuis verder ging bouwen. En dan was het ineens vier uur ’s nachts. Het kan dus ook verslavend werken, een beetje zoals sociale media. We moeten nog leren hoe we daarmee omgaan.”
Als je voor jezelf werkt, kun je besluiten die gewonnen tijd vrij te houden. Een werkgever kan ook zeggen: maak maar meer.
“Dat is inderdaad wat je ziet en wat ik vaker hoor. Als je vroeger één presentatie op een dag maakte en er nu vijf kunt maken, dan moet je er maar vijf maken.
Terwijl we ook veel te winnen hebben op het gebied van werkdruk en burn-out. Een manager of werkgever zou zich moeten afvragen wat we met die vrijgekomen tijd doen. Kunnen we die besteden aan gezondheid en geluk?
Maar er is ook een doel op het gebied van productie. Dat kan haaks staan op wat goed is voor de mensen die het werk doen. Op langere termijn is het natuurlijk interessanter als mensen gezond en gelukkig blijven, maar wij zijn heel gevoelig voor kortetermijndenken.”
Wat gebeurt er met de kwaliteit als iedereen vooral meer gaat produceren?
“Als we AI op een luie manier gebruiken, krijgen we meer kwantiteit en wordt het minder onderscheidend. Dat zie je nu al aan teksten die allemaal door dezelfde schrijver geschreven lijken.
Hoe mensen AI gebruiken, bepaalt mede het onderscheid tussen mensen en bedrijven. Dat hoeft niet te gaan om hoe snel je iets kunt maken. Je kunt ook meer kwaliteit leveren als je zelf blijft nadenken en de combinatie maakt met wat AI kan.
Daar hoort kritisch denken bij. Maar als alles gericht is op snelheid en er een deadline ligt, gaan we snel iets maken. Dan begint het steeds meer op elkaar te lijken.
In mijn tweede boek schrijf ik ook over het belang van twijfels beoordelen. In het onderwijs zitten we erg op cijfers halen en deadlines. Dan gaan studenten ChatGPT gebruiken om een stuk te schrijven. Als je kijkt naar het proces en vraagt waarom iemand een bepaalde keuze heeft gemaakt, blijf je het brein stimuleren.”
Leg dat eens uit, die twijfels beschrijven.
“Veel is nu ingericht op een eindresultaat. Een cijfer, iets aanleveren voor een deadline. Daarmee sturen we op snelheid. De valkuil is dat we het kritisch denken verleren.
Op het werk kun je met elkaar bespreken: hoe denken we hierover? Klopt het wel wat daar staat? Hoe past dit binnen onze situatie? Daarmee activeer je letterlijk je brein en maak je ook je twijfels bespreekbaar.
Je gebruikt dan je eigen kennis en ervaring om te beoordelen wat er uit AI komt. Je weet iets over de situatie, kunt context toevoegen en hebt er een oordeel over. Ook smaak speelt daarin mee. Dat bedoel ik met die twijfels beschrijven.”
Waarin onderscheidt de mens zich volgens jou van de machine?
“Sociale vaardigheden en empathisch vermogen. Creativiteit ook nog wel. En smaak, het gevoel of iets past bij een bepaalde situatie.
Als je met een klant in gesprek bent, krijg je ook non-verbale informatie mee. We hebben meer zintuigen en voelen dingen aan in zo’n gesprek. We hebben bovendien behoefte aan gesprekken met elkaar. Dat sociale en empathische is iets wat de mens op dit moment beter kan.
Maar kan AI op al die niveaus heel goed worden? Misschien wel. Daarom vind ik het ook moeilijk om daar heel stellige uitspraken over te doen.”
Je zegt er steeds nadrukkelijk bij: op dit moment.
“Het ontwikkelt zich zo hard. Als er oortjes met camera’s komen die kunnen meeluisteren en kijken, kan AI ook meer non-verbale signalen oppikken. Dan kan het combineren wat het hoort en ziet.
Misschien kunnen we uiteindelijk robots maken die heel menselijk lijken en sociale gesprekken voeren zonder dat we het verschil nog merken. Ik kan me dat nu nog niet goed voorstellen, maar het zou kunnen gebeuren.
Ik denk zelf ook nog vaak: waarom begrijp je me nou niet? Op allerlei vlakken ben ik slimmer. Maar kijk naar het verschil met twee jaar geleden. Toen was het een fractie van wat nu kan. Ik was het veel vaker niet eens met de antwoorden.
Nu kunnen agents stappen zetten en veel sneller data analyseren. Soms komen ze met dingen die ik zelf niet had bedacht. We zijn echt een heel stuk verder.”
Ondertussen lijkt het publieke oordeel vooral dat we dom en lui worden van AI.
“Dat is inderdaad de opinie op dit moment. Er was vanaf het begin al scepsis, maar nu gaat het sterk over dommer en luier worden.
Dat gebeurt als we AI op de domme en luie manier gebruiken. We kunnen het ook op een slimme manier gebruiken. Daar zitten we nu middenin: leren hoe we ermee gaan werken.
Het gaat niet meer weg. Het blijft in ons leven. Ik hoop dat we er in de toekomst positiever over kunnen zijn.”
Hoe ziet een slimme manier van gebruiken er voor jou uit?
“Begin met de vraag waar AI beter in is en waar jij beter in bent. Wat kun je gemakkelijk aan AI geven, wat kun je misschien automatiseren en waar moet je juist zelf blijven nadenken? Dat hangt af van de taak.
Neem een tekst. Hoe persoonlijker die is en hoe dichter die bij jouw expertise ligt, hoe meer jij aan de voorkant moet nadenken.
In mijn tweede boek beschrijf ik het ankereffect. Als je meteen naar een chatbot gaat, wordt het antwoord van die chatbot het startpunt van je denken. Maar je had waarschijnlijk zelf al een mening, ideeën of ervaringen met het onderwerp.
Eerst zelf nadenken levert dan veel meer waarde op. Daarna kun je jouw gedachten combineren met wat je uit AI haalt. Leg het dus soms weg. Zeker bij onderwerpen waar jouw expertise ligt.
Je kunt AI ook beter laten aansluiten door meer van je eigen context toe te voegen. Dan begrijpt het beter hoe je werkt en denkt. Daar zit weer een valkuil in, want je kunt daardoor ook afhankelijker worden van zo’n tool.”
Hoe kan het onderwijs AI goed gebruiken?
“Leer studenten hoe ze ermee kunnen werken en hoe ze de antwoorden kunnen controleren. Maar ik geloof vooral dat we kennis moeten blijven opbouwen en moeten kunnen nadenken zonder een chatbot naast ons.
Bij een werkstuk zou het meer moeten gaan om waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt en of je die kunt uitleggen. Als je alleen een werkstuk inlevert voor een cijfer, gaat het mis. Dan kun je iets inleveren zonder dat je ervan hebt geleerd.
Studenten moeten antwoorden van AI kunnen begrijpen en beoordelen. Daar heb je kennis en ervaring voor nodig. Die opbouwen zonder AI blijft dus belangrijk.
AI kan daar wel bij helpen. Denk aan een studiestand waarin de chatbot vragen stelt in plaats van meteen advies of antwoorden te geven. Dan blijf je je brein trainen.”
Een soort leraar op maat die je verder helpt als de les voorbij is?
“Precies. Hoe mooi is dat? Het zou geweldig zijn als je op je eigen niveau en op een persoonlijke manier kunt blijven leren.”
Verandert het dagelijkse werk al zo snel als de technologie?
“In bepaalde sectoren zie ik het wel, bijvoorbeeld bij marketing en communicatie. Maar vaak gaat het om het versnellen van processen die er al zijn.
In grote organisaties, waar nog weinig kan en mag, gaat het echt niet zo snel. Bij bedrijven die hun werk wel echt veranderen, zie je dat ze de hele werkwijze ombouwen. Misschien blijft het doel hetzelfde, maar ze kijken opnieuw wat er mogelijk is met deze middelen.
Nu gaan mensen vaak individueel aan de slag. Ze kunnen sneller notuleren en hebben eerder een verslag. Dat verandert op zichzelf nog niet zoveel.
Dat heeft ook weer met ons gedrag te maken. We vinden het veel enger om een hele werkwijze om te gooien dan om een paar dingen sneller te doen. Dan maken we bijvoorbeeld meer versies van dezelfde presentatie.”
Welke vragen krijg je van mensen die minder met AI bezig zijn?
“Vaak praktische vragen. Welke chatbot ik gebruik of hoe iemand iets het beste kan doen.
Sommige mensen zijn enthousiast en vertellen wat ze er allemaal mee kunnen. Anderen zijn kritisch of bang voor de toekomst van hun kinderen.”
En als iemand vraagt of de wereld door AI vergaat?
"Ik ben optimistisch, maar ik kan niet in de toekomst kijken. Dat optimisme betekent voor mij ook dat we risico’s serieus nemen en er iets aan doen."
Je leest mee via een gedeelde link
Dit gesprek is onderdeel van Wat Blijft
Sanne Cornelissen deelde dit gesprek met je. Wat Blijft is het lopende onderzoek van Erwin Blom naar wat menselijk blijft als AI steeds meer werk overneemt. Als deelnemer lees je alle gesprekken, inzichten, cases en bouwstenen — en je draagt zelf bij.
Eenmalige betaling, geen abonnement. Je krijgt het boek en toegang tot het volledige onderzoek.
Volgende in dit hoofdstuk
Checklist10 manieren om beter te oordelenGekoppelde bouwsteen